Ter voorbereiding op een artist residency en een tentoonstelling in de Wiebenga-silo’s te Veghel onderzoek ik hoe mijn beelden te plaatsen in deze door functionaliteit gedomineerde omgeving.

Hebben de verzegelde boeken, nu ze niet langer leesbaar zijn, nog iets te melden? Welke relatie gaan ze aan met de holle betonnen zuilen, die nooit bedoeld waren als expositieruimte? Kunnen deze papieren containers van een inhoud die zich niet meer prijs geeft, onder invloed van hun omgeving transformeren, zich weer openen?

Wat opvalt in de silo’s is de rauwe functionaliteit. De met elkaar in verbinding staande ruimtes vormen een soort labyrint, in de gelaagde wanden zie je het bouwproces terug, het storten van beton. Talrijke sporen herinneren aan de voedergranen die hier lagen opgeslagen. De plek is als een vindplaats, een groeve vol sporen en verwijzingen naar de veevoederindustrie.

Wat verder opvalt is de akoestiek van de ruimtes. De ongewone, hoge pijlers vervormen het geluid en zetten aan tot luisteren.

Kan een bundel papier, beroofd van haar spraak, definitief het zwijgen worden opgelegd? Of biedt de haar opgelegde stilte ruimte voor nieuwe inzichten, voor een ruimer begrip van het vermogen om te kunnen spreken? Kan ze spreken door te luisteren, te meten en te peilen?

Geruispeiler